|
REGLEMENT VOORJAARSAANLEGPROEF EN NAJAARSPROEF
De Duitse Staande Korthaar
VOORJAARSAANLEGPROEF
Artikel 1
De voorjaarsaanlegproef heeft ten doel inzicht te krijgen in de natuurlijke aanleg van de jonge Korthaar. Daaruit kan de waarde van de ouderdieren blijken uit een oogpunt van vererving. Bij het afleggen van de proef mag de invloed van de voorjager op de Korthaar - de training - slechts op de achtergrond merkbaar zijn.
Artikel 2
Toegelaten worden alle tot het ras behorende Kortharen, op de dag van de proef ouder dan 9 maanden tot en met de leeftijd van 24 maanden, die zijn ingeschreven in het Nederlands Stamboek van de Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland dan wel in een ander door de FCI erkend stamboek.
Artikel 3
De beoordeling van de voorjaarsaanlegproef vindt plaats door tenminste 2 beoordelaars. De Kortharen worden afzonderlijk op alle onderdelen beoordeeld en in de gelegenheid gesteld om hun aanleg te tonen. Indien het naar de mening van de beoordelaars nuttig is om vast te stellen welke Korthaar het beste gebruik maakt van zijn neus, kunnen de beoordelaars de Kortharen in koppel laten lopen, met de bedoeling om de Kortharen onder zoveel mogelijk gelijke omstandigheden te kunnen zien werken. De best beoordeelde Korthaar krijgt de aantekening: beste Korthaar van de dag.
Artikel 4
Beoordeeld worden de vakken: Neus, Zoekwijze, Voorstaan, Voegzaamheid, Inzet en Gehoorzaamheid, waarbij vooral bij de beoordeling van Inzet en Gehoorzaamheid rekening wordt gehouden met de leeftijd van de Korthaar.
Artikel 5
De goede kwaliteit van de neus van een Korthaar blijkt uit het met een hoge kophouding en bij een eerste mogelijkheid waarnemen van verwaaiing van wild. Beïnvloeding van weer-, terrein- en veldomstandigheden kan de Korthaar met een goede neus aanleiding geven dit op korte of lange afstand te tonen. Na direct contact met de lichaamsgeur van wild zal hij dit vasthouden en er in een rechtstreekse lijn op aantrekken en tot voorstaan komen.
Artikel 6
De zoekwijze moet vlot, planmatig, overtuigend en volhardend zijn, in geen geval woest, ongeconcentreerd, wisselvallig en op het oog. Het zoekpatroon moet zijn ingegeven door neusgebruik en wil tot vinden. De zoekwijze zal overigens hoger worden gewaardeerd, naarmate de Korthaar zich aanpast aan terrein en wind. Systematisch afzoeken van het veld, keren met de neus naar de wind en bewust aandacht schenken aan dekking, zijn voor de beoordeling van de zoekwijze van een zelfde belang als een aan het terrein aangepast tempo en een vloeiende, ruime, op volharding ingestelde galop.
Artikel 7
De Korthaar moet het met de neus gevonden wild voorstaan. Als voorstaan mag het voorstaan van gekooid wild, of natuurlijk wild, bij de uiteindelijke beoordeling worden betrokken. Ideaal is het voorstaan waarbij de Korthaar op rastypische wijze direct contact toont met het gevonden wild. Herhaald voorstaan zonder wild te tonen is een teken van onzekerheid en dient bij deze beoordeling als een fout te worden aangemerkt. Het voorstaan van haarwild wordt op gelijke voet beoordeeld en gewaardeerd.
Artikel 8
De voegzaamheid blijkt uit de wijze waarop de Korthaar zich laat sturen, uit de wijze van samenwerking met de voorjager en uit zijn gewilligheid zich in dienst van zijn voorjager te stellen.
Artikel 9
Inzet uit zich door het tonen van plezier in het werk en door de mate van gretigheid en ijver waarmee het werk wordt verricht.
Artikel 10
Bij de voorjaarsaanlegproef wordt gehoorzaamheid in zoverre verlangd, dat de Korthaar - tenzij zijn aandacht op verwaaiing van wild is gevestigd - op fluit of commando van de voorjager gewillig reageert, komt en zich laat aanlijnen.
Artikel 11
Veronachtzaming van wild moet als fout worden aangemerkt.
Artikel 12
Ter vaststelling van eventuele schotschuwheid of schotgevoeligheid worden tijdens het zoeken van de individuele Korthaar minstens 2 schoten afgegeven binnen een tijdsbestek van 20 seconden en binnen een afstand die in geen geval groter mag zijn dan schootsafstand.
Schotschuwe en handschuwe Kortharen worden wegens het hebben van een fokuitsluitende fout van verdere deelneming uitgesloten. Schotgevoelige Kortharen dienen bijzonder zorgvuldig te worden beoordeeld. Staat de schotgevoeligheid vast, dan levert deze een fokuitsluitend gebrek op.
Lichte schotgevoeligheid die geen invloed uitoefent op de beoordeling van de Korthaar is, als de Korthaar op het schot weliswaar licht schrikachtig reageert, maar overigens zijn werkritme onveranderd blijft vervolgen. Schotgevoeligheid die een fokuitsluitend gebrek oplevert is aanwezig, als de Korthaar op het schot zó schrikachtig reageert, dat hij zijn werkritme onderbreekt, naar zijn voorjager toegaat en pas weer na zekere tijd zijn natuurlijk ritme terugvindt.
Schotschuw is de Korthaar die op het schot met duidelijke tekenen van angst of zelfs paniek reageert, bij zijn voorjager of bij anderen bescherming zoekt of zich aan verdere deelneming van de beoordeling onttrekt.
Artikel 13
De beoordelaars geven voor ieder vak een voldoende of onvoldoende. De Kortharen die voor alle vakken te weten Neus, Zoekwijze, Voorstaan, Voegzaamheid, Inzet en Gehoorzaamheid een voldoende hebben behaald, zijn geslaagd voor de Voorjaarsaanlegproef.
DE NAJAARSPROEF
Artikel 14
a. De najaarsproef dient hetzelfde doel als de voorjaarsaanlegproef, het beoordelen van de natuurlijke aanleg van de jonge Korthaar, maar bovendien ook het beoordelen van het werk na het schot, zodat de aanwezige jachteigenschappen in meer brede zin beoordeeld kunnen worden. Voor het met goed gevolg uitvoeren van het werk na het schot zal de Korthaar een bepaalde mate van training moeten hebben ondergaan.
b. De beoordeling van de najaarsproef vindt plaats door tenminste 3 beoordelaars; tenminste 2 voor het werk vóór het schot en tenminste 2 voor het werk na het schot.
c. Een Korthaar kan, wanneer de leeftijd dat toelaat, maximaal twee maal aan een najaarsproef deelnemen.
Artikel 15
Toegelaten worden Kortharen, die op de dag van de proef ouder dan 9 maanden, tot en met de leeftijd van 24 maanden, die zijn ingeschreven in het Nederlands Kortharen Stamboek van de Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland dan wel in een ander door de FCI erkend hondenstamboek. Een Korthaar ouder dan 24 maanden mag deelnemen na verkregen dispensatie. Aanvragen ter verkrijging van dispensatie bij de commissie voorjaars/najaarsproef.
Artikel 16
De Kortharen worden afzonderlijk op alle onderdelen beoordeeld en naar inzicht van de beoordelaars in de gelegenheid gesteld om hun aanleg te tonen. De bedoeling is om de Kortharen onder zoveel mogelijk gelijke omstandigheden te kunnen zien werken.
Artikel 17
Beoordeeld worden de vakken: Neus, Zoekwijze, Voorstaan, Apport uit diep water, Apport uit dichte dekking, Voegzaamheid, Inzet en Gehoorzaamheid.
Artikel 18
De vakken Neus, Zoekwijze, en Voorstaan worden strenger beoordeeld dan de Voorjaarsaanlegproef. Als voorstaan mag het voorstaan van gekooid of natuurlijke wild bij de uiteindelijke beoordeling worden betrokken. Ideaal is het voorstaan waarbij de Korthaar zodanig vaststaat, dat het natuurlijke wild wordt vastgemaakt. Herhaald voorstaan zonder wild te tonen is een teken van onzekerheid en dient bij deze proef als fout te worden aangemerkt. Het voorstaan van haarwild wordt op gelijke voet beoordeeld en gewaardeerd.
Artikel 19
Apport uit diep water
Bij apport uit diep water moet de Korthaar, zonder halsband of lijn, een in overzichtelijk, diep water geworpen eend apporteren. De eend moet op een zodanige plaats in het water worden geworpen, dat de Korthaar om de eend te bereiken moet zwemmen. De valplaats dient zodanig te worden gekozen, dat de Korthaar, vanaf de positie bij de voorjager, de eend kan zien drijven. Tijdens het werpen van de eend wordt een schot gelost. Werper en geweer blijven gedurende de hele proef op hun plaats staan. Het schot wordt afgegeven op het moment dat de eend op het hoogste punt is. De beoordelaar zal de voorjager de plaats wijzen waar vandaar hij zijn Korthaar moet inzetten en waar naar toe de Korthaar de eend moet brengen. Deze plaats zal zodanig worden gekozen dat zij ongeveer 3 meter, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, uit de waterkant ligt. De Korthaar mag in opdracht van de beoordelaar, na één seconde, nadat de eend gevallen is, worden uitgestuurd om te apporteren.
Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de Korthaar, die de eend aanneemt en naar zijn voorjager onder handbereik brengt, ongeacht of hij tijdens het werpen aangelijnd of onaangelijnd was, of hij inspringt, verpakt of zich uitschudt of hij zittend of staand afgeeft.
Artikel 19a
Verloren apport uit dichte dekking
De Korthaar moet, zonder halsband of lijn, een in dichte dekking geworpen eend apporteren. De werper dient vanaf de plaats, waar de Korthaar hem niet kan zien, de eend te werpen, op een zodanige plaats dat deze op ongeveer 40 meter van de plaats waar de Korthaar wordt ingezet terecht komt. De valplaats moet zodanig worden gekozen, dat de voorjager en Korthaar elkaar niet kunnen zien als de Korthaar in de omgeving van de eend werkt. Bij voorkeur dient de proef zo worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt, loodrecht op die, waarin de Korthaar moet worden uitgestuurd. Zo enigszins mogelijk dient de inrichting van de proef zodanig te zijn dat voorjager en Korthaar elkaar niet meer kunnen zien nadat de Korthaar, gezien in de algemene richting van de valplaats, zich meer dan 5 meter van zijn voorjager heeft verwijderd. In geen geval mogen voorjager en Korthaar elkaar kunnen zien als de Korthaar binnen 10 meter van de valplaats werkt. De beoordelaar zal de voorjager de plaats aanwijzen waar vandaar hij zijn Korthaar moet inzetten en waar naar toe de Korthaar de eend moet brengen. De voorjager mag deze plaats gedurende de gehele proef niet verlaten tenzij de beoordelaar hem dat opdraagt.
Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de Korthaar, die binnen redelijke tijd, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de eend apporteert, ongeacht of hij verpakt, of hij zittend of staand afgeeft, onder handbereik van de voorjager.
Artikel 20
a. Onder Apport wordt verstaan de uitvoering van de opdracht tot het halen, brengen en afgeven van de eend , met name de aangeleerde vaardigheid van de Korthaar hoe op te pakken, te dragen en af te geven.
b. Het correcte oppakken en dragen blijkt daaruit, dat de Korthaar zijn greep aan soort en gewicht van de eend aanpast. Fout is zowel het te krachtig als te zwak aanpakken, vasthouden en dragen. Het beschadigen van de eend moet als fout worden aangemerkt.
c. Van correct afgeven is sprake, als de Korthaar het wild bij de voorjager brengt, zonder commando of op een eenvoudig niet luid commando gaat zitten, het wild rustig zo lang in de vang houdt tot de voorjager het zonder haastig toegrijpen pakt en het na een kort commando onmiddellijk loslaat.
Artikel 21
Voegzaamheid, Inzet en Gehoorzaamheid zonder wildcontact blijkt daaruit, dat de Korthaar zich bij zijn werk laat sturen en dat de Korthaar het waargenomen en begrepen bevel van de voorjager onmiddellijk en gewillig opvolgt. Ook blijkt dit uit de rust die de Korthaar bij zijn werk toont ten opzicht van andere Kortharen en daarmee tegelijkertijd bewijst dat hij zijn voorjager bij de jacht niet stoort. De beoordelaars nemen bij het waarderen van hetgeen de Korthaar op deze onderdelen toont de leeftijd van de Korthaar in aanmerking.
Artikel 22
Bij de najaarsproef worden de prestaties van de Korthaar in zijn totaliteit beoordeeld. De beoordelaars geven voor ieder vak een voldoende of onvoldoende. De Kortharen die voor alle vakken te weten Neus, Zoekwijze, Voorstaan, Apport uit water, Apport uit dichte dekking, Voegzaamheid, Inzet en Gehoorzaamheid een voldoende hebben behaald, zijn geslaagd voor de najaarsproef.
Artikel 24
a.
Benoeming van de beoordelaars vindt plaats door het bestuur, waarbij wordt aangegeven of de beoordelaar bevoegd zal zijn de voorjaarsproef en/of de najaarsproef, het werk vóór het schot en/of het werk na het schot te beoordelen.
b. De commissie voorjaars/najaarsproef voert dit reglement uit. Tot die uitvoering behoort de bevoegdheid tot het vaststellen van nadere regels, welke niet in strijd mogen zijn met dit reglement.
c. De commissie wijst de beoordelaars en de proefleiding aan.
d. Over zaken waarin noch dit reglement, noch de nadere regels van de commissie voorzien, beslist het bestuur.
e. Ieder die gegronde bezwaren aanvoert tegen de uitvoering van dit reglement of van nadere regels, kan beroep instellen bij het bestuur van de vereniging.
Vastgesteld op de Jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van 8 mei 2009
-0-0-0-0-0-
Toelichting:
Aanvulling: Beide ouderdieren geboren na 1 oktober 2008 zullen aan de eisen moeten voldoen.
De Korthaar dient te voldoen aan het gestelde in art. 5.2 van het fokreglement door met goed gevolg te voldoen aan één van de onderstaande proeven:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1. |
Aanlegproef voorjaar NVDSK |
|
|
|
|
|
plus KNJV C |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2. |
Aanlegproef najaar NVDSK |
|
|
|
|
|
|
voldoet aan de 4 eisen/voorstaan/schot/waterapport/landapport |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3. |
Veldwedstrijd voorjaar jeugd/open/novice/CQN/EV |
|
|
|
plus KNJV C |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4. |
Veldwedstrijd najaar open/novice/CQN |
|
|
|
|
|
|
|
plus KNJV C of Waterwerkkwalificatiekaart |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5. |
Veldwedstrijd voorjaar/najaar jeugd/EV |
|
|
|
|
plus KNJV C |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6. |
Derby/Solms |
|
|
|
|
|
|
|
plus KNJV C |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Waterwerkkwalificatiekaart Artikel VIII.15 Orweja Veldwedstrijd staat gelijk aan Artikel 19 Apport uit diep water.
Voorstel tot wijziging daterend van 1 maart 2012
Verruiming Reglement Aanlegproef voorjaar en najaar, i.c. Korthaar ouder dan 24 maanden
Artikel 2
Artikel 14 lid c
Artikel 15
Vooruitlopend op de goedkeuring van de Jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van 1 juni 2012:
De Korthaar moet ouder dan 9 maanden zijn, indien ouder dan 24 maanden en nog niet eerder met succes hun aanleg volgens het Fokreglement heeft aangetoond, mag inschrijven. Dit geldt zowel voor de aanlegproef voorjaar alsmede aanlegproef najaar. De Korthaar voldoet aan het Fokreglement artikel 5.2, indien met succes de onderdelen: voorstaan/schot/landapport/waterapport heeft aangetoond.
Gewijzigd d.d. 4 december 2011:
Artikel 15 dispensatie ouder dan 24 maanden
Artikel 19 Apport uit diep water
Artikel 19a Verloren apport uit dichte dekking
Voldoen aan het gestelde in het fokreglement artikel 5.2 te weten: voorstaan-schot-waterapport-landapport
Gewijzigd d.d. 22 januari 2012:
Artikel 12 Hagelschot in schot
Inlichtingen: Frank van der Burg
|